onder de rode sluier van het middenaardestof
krijst een jonge dolleman met de ogen dof
hij verloor bestemming en doolde eenzaam
in de moddersteden vol met glitterzwervers
en maakte duizend koninginnen met bijen-
ogen het gebombardeerde hof om als een
idolate oproerkraaier zijn verwarde idealen
die te boek stonden in zijn aldoor denkend
brein dat het allemaal door zijn hoogvoelend
inzicht de samenzweringen op zou lossen en
het tij zou keren om bewustwording van de
gemorfinieerde stervelingen die de schouders
lieten hangen en als werksters van zijn honing-
zoete dromen met de schrik vrij zouden komen
hij hield van de zee ondanks zijn ziekte - hij
hield van het onnavolgbaar morgengloren en
hij staarde zich suf om er vat op te krijgen
maar dat lukte hem gelukkig niet - en als de
stormen gingen liggen en het wijde zwerk zich
liet spiegelen in Zijn zeeënzee - dan pakte hij
zijn gitaar en neuriede een even onnavolgbaar
lied ter ere van Hem die dit al hem toonde ondanks
zijn verkreukeld leven waarvan hijzelf de oorzaak
was - hij hield van deze wachten ondanks de hon-
denuren en al verlangend naar het steeds weer
nieuwe wonder hield hij het willoos schip en zich-
zelf op de juiste koers om na dagen en nachten
eens de contouren van vastigheid te begroeten
toen de inkt zijn ogen zwart maakte scheur-
de hij zijn woorden aan haar flarden en zonk
zij in de diepte van zijn tranenzee - maar
geen ach geen wee - hij jutterde alle stran-
den af en schreef overal haar naam in het
zand tot ook haar zilte vloed alles wegspoel-
de en het zeezout weer gewonnen werd en
uiteindelijk op zijn zacht gekookte sonnetten
belandde - dan lispelde hij haar naam in dui-
zend andere woorden die zij las en herlas en
zij de kompassienaald van haar nimmer slui-
merende ogen richtte naar het gespleten
noorderlicht waar de glans van het sterren-
licht zijn wolkendek nieuwe inkt aanvoerde
zijn domein - de stilte van de dichterstuin - werd
overwoekerd door afgebladderd schilderwerk van
vroeg ontwikkelde hiaten in buitenbevattelijke in-
gekeerdheid die hem trillingen verschafte om de
bij aanvang ondoorgrondelijkheid - zeg maar bo-
demloosheid - van zijn zijn te bewonderen en de
evenzovele grijze bergen steen - om zich heen -
in aanschouwingen en spiegelingen te herkennen
als evenbeelden waarvan het meest geabstraeer-
de vakmanschap als verloren gewaande zonen in
omhelzingen en gouden ringen de zwijnendraf
hem inzicht gaf als herinneringswoorden die hij
nooit eerder hoorde en door menig zwerver werd
veracht - hem alleen de ware vreugde bracht
er lagen al wat lagen over blauw bepareld gras
door duizend zangers en vervangers verlegen en
verloren in accoorden die verstilden in het was
verzonk in zeven telgen van rijmwit perkament
mijn bloedkorale vissers in nacht- en stormgedruis
om edikbrood en havenloze zwerverskampement
miljoenen trekken noordwaarts door kinderkogels
uit hun schulp en mailden naar de vaders dat water
uit een buisje en vlees en vis en boterkralen te
kust en kleur in schittering en schatering zodat
we dachten dat het mee zou vallen eenzaam en
verweesd en denk al aardig westers om eten en om
geur te swingen op wat hiphop en voorbij het odeon-
theater lagen al wat lagen over bloed bepareld as