Ik kijk voor me in de spiegel, naar twee terugstarende paar bruine ogen, naar mijn bruine haren en mijn bijna rechte neus. Ik kijk nog eens goed en bedenk me dat ik qua uiterlijk amper wat veranderd ben, nee niet van buiten in ieder geval. Maar van binnen zal ik nooit meer hetzelfde zijn.
Vaak vraag ik me af, waarom ik?
Waarom niet de buurman, of buurvrouw..?
De hond..
De kat?
Waarom koos hij mij? Dat bos? Die plek?
Of dat tijdstip..?
Voor een lange tijd was ik radeloos, wat doe je als je tegen niemand kan praten?
Als er niemand is die jouw verhaal kan of zal begrijpen?
En na lang denken ben ik tot een soort van oplossing gekomen, ik heb besloten het op te schrijven. Ik zal mij verhaal delen met het papier.
Hier zittend/ liggend in deze kamer zonder ramen, met enkel een bed, een lamp en een stoel. Het nut van die stoel zie ik nog steeds niet in, wat heb je aan een stoel zonder bureau?
Gelukkig mag ik af en toe de kamer uit (als ik er niet stiekem uitsluip), dan mag ik mijn behoefte doen en krijg ik wat te eten, als ze dat niet vergeten zijn.
Begrijp me nu natuurlijk niet verkeerd, ik zit niet gevangen, nou in ieder geval niet het soort opgesloten dat je zou denken. Nee, ik ziet hier op vrijwillige base. En ik zal hier moeten blijven tot het gebeurt is, anders zullen ze me vinden, het doden, ons allebei doden… En dan , dan zullen ze verdwijnen alsof er niks is gebeurt, zoals ze altijd doen. Want zeg nou zelf, wie zou mij nou missen?
En dan heb je nog de vraag of ze me misschien alsnog zullen vinden, en wat ze dan zullen doen, ja ik weet het zeker.. dit is nog maar het begin…
Ik sta midden op straat, er staat een man voor m'n neus "meisje? gaat alles goed met je?"
Ik vraag me af waarom hij dat vraagt, moet er iets mis met me zijn dan?
Ik bekijk mezelf.. het duurt een tijdje voordat ik besef, dat ik vammorgen toch echt geen rood T-shirt had aangetrokken, toch?
Ik raak het aan, het voelt vochtig, wat!? hoe kan dat? ik raak in paniek, heb ik iemand
vermoord? nee toch? dat zou ik dan toch weten? alles om me heen begint draaierig te worden, het zweet breekt me uit. Van de één op andere seconde voel ik me verschikkelijker dan ooit.
Ik moet hier weg! denk ik bij mezelf, wat als ik echt iemand vermoord heb, het zou toch zomaar kunnen?
Ik doe soms rare dingen, maar dit? Dit gaat zelfs mij te boven, toch? Wat nou als dat niet zo is? O jeetje, straks moet ik naar een inrichting, sluiten ze me op! ik begin mezelf de raarste dingen aan te praten en raak steeds meer in paniek.
Zonder dat ik het besef begin ik om me heen te kijken, ik zoek naar een uitweg.
ik moet hier weg! En wel nu! denk ik bij mezelf.
De man staat nog steeds voor, hij ziet mijn geschrokken gezicht staat me daar een tijdje aan te staren. Hij denkt vast ook dat ik iemand vermoord heb. straks belt hij de politie!
En dan opeens, begint hij te lachen, zo hard dat ik de neiging krijg me oren met mijn handen te bedekken, maar ik ben nog steeds half in shock.
Hij wijst naar mijn T-shirt en zegt: "Meisje, wees niet bang, dat is geen bloed" en dan begint hij weer te lachen.
Geen bloed? denk ik. Wat dan wel?
Dan wijst hij naar een lege pot verf die met niet was opgevallen.
Het was verf?
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Dan begint de man weer te praten.
"Ik was het buitenraam aan het verfen en de pot viel precies op je hoofd" zegt hij nagniffelend.
Vandaar dat ik midden op straat wakker werd. Ik ben opgelucht, en bedenk me dan hoe krankkzinnig ik was door te denken dat ik iemand had vermoord. Goh, ik denk wel heel slecht over mezelf.
Ik lach naar de man met zo'n idiote grijns dat je zou denken dat ik net ben ontsnapt uit het gekkenhuis, maar dat kan me niet schelen. Ik werp nog een blik naar de man, knik en draai me om en loop weg ... Alsof er nooit iets raars gebeurt is.
…
Nee dan de relatie tussen mij en die steen. Die kun je rustig typeren als levenslustig struikelen. Daarbij behoort de levenslust duidelijk aan de steen. Maar ik had wel houvast aan een ambachtelijk vers.
Gebakken brood is trouwens ook lekker. Maar goed, die steen…
Je zou denken die ligt daar maar te liggen. Maar dat is dus niet zo. Nee die steen doet al heel lang zijn best om een relatie met jou op te bouwen. Had je niet gedacht hè? Die steen was eerst een berg waar je vanaf kon donderen. Toen werd het een flinke rots waar je altijd maar omheen moest lopen. Nu is hij precies zo groot dat je er je nek over kunt breken. En er komt een dag dat deze steen zand is geworden. U weet wel van die hele kleine steentjes die dan overal in gaan zitten. Erg irritant. Je zou haast gaan denken dat die steen je haat.
En daar gaat het dus mis. Die steen haat je helemaal niet. Nee hoor. Die steen is gewoon steen. Was berg, toen rots. Is nu steen en straks zand. Iets anders kan hij niet zijn.
En toch zit dat mij dwars. Als die steen slechts steen is dan kan hij er niets aan doen dat ik er over struikel, dan zou dat mijn eigen schuld zijn. En dat staat mij behoorlijk tegen! Ik geef graag iets of iemand anders de schuld van zaken die mij overkomen.
Tenzij het iets succesvols is natuurlijk want dan heb ik het aan mijzelf te danken.
Nee, als ik struikel over die steen dan is dat gewoon de schuld van die steen. Niet mijn schuld! Ik zag hem heus wel liggen maar had die rotsteen nou niet eventjes een paar centimeter kunnen opschuiven. Of iets sneller kunnen eroderen. Ik ben namelijk nog nooit gestruikeld over zand.
Maar die steen maakt het allemaal niet uit, die is gewoon levenslustig steen.
eindelijk is het uur van rust aangekomen,
dus steek je gerief nu maar
in een kartonnen doos
doet ze onmiddellijk heel goed dicht
voor altijd en vooral voor heel lang
het is verleden tijd nu
want het is nu eindelijk tijd
om van je welverdiende rust te genieten
geen klok meer die het uur aangeeft
om op te staan en te vertrekken
te beginnen en weer te stoppen
maar nu wel om in alle vrijheid
te genieten zonder druk of stress
zelfs de zon zien ondergaan
de nacht aanschouwen
onder een mooie sterrenhemel
terug wegdromen van mooie
momenten die voorbij zijn
genieten vanaf nu
van de kleine dingen van het leven
gaan vissen met vrienden
wandelen in het bos
een mooi boek lezen
of breien in het park
ja, wat kan dat heel mooi zijn
maar ook thuis gezellig in de tuin
iets lekkers eten voor de TV
wat ook de tijd is op dat moment
het is een heel nieuwe toekomst
dus geniet nog van elk moment
van deze vrijheid even nog.
Hij wandelt door de straten en niemand die hem nog bekijkt.
Zijn kleren zijn al oud, stinken zijn versleten,
ze hebben besloten de pagina van zijn leven af te sluiten.
Je ziet hem langs alle buurten lopen zoeken naar eten en drinken,
maar door zijn trots wil hij zijn hand niet openen,
zelf niet voor een klein stuk brood.
De bedelaar die hij geworden is probeerd alle afgunst te weerstaan.
Want het is een man die al zoveel heeft meegemaakt in zijn leven,
hij heeft zijn hart verloren door al deze ellende.
Onder de brug waar hij iedere nacht gaat slapen is zijn slaapkamer geworden.
De duisternis is zijn deken , beschermt hem tegen de koude,
dan ziet hij in zijn dromen weer zijn verleden met mooie dagen.
Ja, het leven is heel hard voor hem, tranen vloeien over zijn wangen.
Zijn hart doet zoveel pijn, want hij is zijn geluk voor altijd kwijt.
Ja, alles is hij kwijt, zijn gezin, huis en liefde.
Misschien nog wel een hond die hem trouw blijft volgen.
Deze bedelaar geboren om te leven heeft teveel trots voor medelijden.
Hij leeft nog lieven in alle ellende.
Misschien heeft hij het zelf gezocht, wat zou hij zoeken,
nog nooit heeft iemand die vraag gesteld.
Alleen maar blikken van haat en afgunst.
De onverschilligheid is groot, hij is vergeten en gekwetst voor eeuwig.